Miang Kham

Een Thais hapje waarvoor “smaakbom” als een dijk van een understatement geldt. Pure smaken die allemaal samenkomen in één pakketje, dat iedereen zelf moet maken, dus het is nog een sociaal hapje op de koop toe! Party food op z’n best!

INGREDIËNTEN

Voor de saus:

  • 1 el garnalenpasta (trassi/belacan, verkrijgbaar bij de Aziaat), kort geroosterd in een pannetje (2 minuten op een hoog vuur zonder vetstof; geregeld roeren en schrapen indien nodig)
  • 60g galangal (vers; verkrijgbaar bij de Aziaat), in dunne schijfjes gesneden en geroosterd (4-tal minuten)
  • 20g geraspte kokos (verkrijgbaar bij menig Aziaat — gigantische zakken “dessicated coconut” bij Thai House in Leuven), geroosterd (2 minuten op middelhoog vuur)
  • 120g gedroogde garnaaltjes (verkrijgbaar als zakjes van 100g “dried shrimp” bij Exotic World in Leuven; diepvriesafdeling)
  • 60g sjalot, grof gehakt
  • 1,5 tl verse gember, in schijfjes gesneden
  • 220g palmsuiker, in blokjes gesneden (verkrijgbaar bij de Aziaat)
  • 2 el gewone kristalsuiker
  • 1 tl keukenzout (of meer naar smaak)

Voor de vulling:

  • 30g geraspte kokos, geroosterd (zie boven)
  • 2 dikke tenen knoflook, fijngesnipperd
  • een halve limoen, in kleine blokjes gesneden (mét schil – geen zorgen! Probeer het gewoon!)
  • 6 el sjalot, fijngesnipperd
  • 50g geroosterde pindanoten
  • 6 el gedroogde garnaaltjes (zie boven)
  • 5 Thaise chilipepers, in kleine stukjes gesneden
  • 3cm verse gember, geschild en in kleine blokjes gesneden
  • spinaziebladeren (zonder stengel; hoe groter, hoe beter), gewassen weliswaar 🙂 (Traditioneel worden voor miang kham betelbladeren gebruikt, maar die ben ik nog nergens tegengekomen.)

 

WERKWIJZE (TER INFO: als je een grote(!) vijzel hebt, kan je de saus op traditionele wijze bereiden. Zo niet: hier met die kleine hakmolen!)

  1. We beginnen met de saus. Maal de sjalotten en galangal fijn. Voeg vervolgens de garnalenpasta, gember, kokos en gedroogde garnaaltjes toe en maal alles tot een (relatief) gladde pap.
  2. Doe de mengeling in een steelpan met 350ml water en breng aan de kook (middelhoog vuur). Zodra de saus kookt, voeg je de palmsuiker en kristalsuiker toe.
  3. Zet het vuur op laag en laat inkoken onder af en toe roeren. De saus hoort er tamelijk donker uit te zien. Ik liet de saus 15 à 20 minuten inkoken.
  4. Proef de saus en voeg de theelepel zout toe (of meer naar smaak). Haal van het vuur en doe de saus (die tamelijk papperig hoort te zijn, trouwens — heeft meer weg van sambaltextuur dan van een gladde saus) in een kom om af te koelen. (Je hebt meer saus dan nodig, maar je kunt deze perfect invriezen in kleine porties. Minder werk bij de volgende portie miang kham, en die volgende portie komt er. Trust me.)
  5. Miang kham betekent letterlijk “hapje in een blad verpakt”, dus zo hoor je ze ook te eten: je neemt een spinazieblad, maakt er een hoorntje van (of een bootje, of eender welke vorm die ervoor zorgt dat de vulling in/op je blad blijft) en vult het met elk van de vullingen. Vervolgens werk je af met een theelepel saus. Betelbladeren zijn groot genoeg om vervolgens dicht te vouwen, zodat je een mooi pakketje hebt. Met spinazie lukt dat iets minder goed, maar dat maakt het er niet minder smakelijk op:

Smullen! De ene smaakexplosie na de andere!

Smakelijk!

Geef een reactie