Bik Romantique!,  Culikliekjes!

Kweepeergelei met bessenjenever

Wij kregen vorige week een flinke lading kweeperen cadeau. Driewerf hoera! Wat maakten we daarmee? Gelei, natuurlijk! Een werk van liefde en middellange adem, maar al bij al relatief weinig moeite. Ten huize Plofknook krijgt kweepeergelei steevast een regionale finishing touch met een streekproduct uit onze uitvalsbasis: Landens dretske (de beste bessenjenever ooit).

Verorberen doen we (na een uitgebreide koelkastkuur en met uitzondering van één flinke portie, want ja, we zijn ook maar mensen) pas rond 1 december, zodat alle smaken zich ten volle hebben kunnen vermengen en de stolling oh zo perfect is. Wacht je liever niet zo lang? Dan voeg je toch gewoon wat extra jenever toe zeker… 😉

Jawohl, lieve Plofknoker, met dit recept heb je genoeg kweepeergelei voor een klein leger fans. De vraag is: is dat erg?

INGREDIËNTEN (voor +/- 2 liter gelei)

  • 3kg kweeperen, schoongeveegd met een doek (maar niét geschild)
  • 1kg geleisuiker extra fruit (Imperial; 1kg fruit : 500g suiker)
  • 1 zakje pectine (Imperial; 30g; voor 1kg fruit)
  • water
  • Landens dretske (of andere bessenjenever), naar smaak (zie stap 16)

WERKWIJZE

  1. Snijd de schoongemaakte kweeperen in kwarten. Doe ze in een grote (heel grote!) kookpot en zet ze onder water.
  2. Breng het water aan de kook, zet het vuur op middelhoge stand en kook de kweeperen 1 uur (zonder deksel).
  3. Dek de kookpot af en laat de kweeperen een nacht rusten.
  4. Schep de kweeperen de volgende ochtend uit het sap met een schuimspaan en doe ze in een mengkom. (Nog niet weggooien, gekkie! De kweeperen zitten nu immers boordevol sap.)
  5. Leg een dubbel gevouwen mousselinedoek in een zeef en giet het sap uit de kookpot erdoor in een mengkom met schenkteut. Zet opzij. Sapdosis #1: check!
  6. Doe de kweeperen met behulp van de schuimspaan weer in de kookpot. In de mengkom waar de kweeperen in zaten heeft zich ondertussen een laag sap gevormd. Giet ook dit sap door de zeef bij de rest. Sapdosis #2: check!
  7. Breng de kweeperen op middelhoog vuur weer aan de kook. Zet het vuur op laag en laat 30 minuten verder koken onder af en toe roeren (anders hangen er stukken verbrande kweepeer aan de bodem van de kookpot, en dat willen we niet natuurlijk). Haal van het vuur en laat een kwartier afkoelen.
  8. Neem een tweede mengkom met schenkteut, leg de zeef met mousselinedoek er weer in en zeef het sap uit de tweede kooksessie. Hierdoor krijgt je gelei een iets donkerdere kleur en intensere smaak. Sapdosis #3: check! Drie dosissen genoeg? Ik dacht het niet!
  9. Vul de mousselinedoek met een portie dubbel gekookte kweeperen. Wring het sap eruit, laat het door de zeef vloeien en vang het op in de mengkom. Herhaal met de rest van de kweeperen uit de kookpot. Sapdosis #4: check!
  10. Voeg al het vergaarde kweepeersap samen en meet het af. Ik kwam uit op 2,25 liter sap.
  11. Dit is het ideale moment om je geleipotten en deksels een bad van kokend water te geven om ze te steriliseren.
  12. Neem een nieuwe kookpot (of dezelfde, maar zorg er in dat geval voor dat ie perfect schoon is; je wilt zo weinig mogelijk onzuiverheden in je gelei) en voeg het kweepeersap toe.
  13. Doe de geleisuiker erbij en breng al roerend aan de kook. [Het principe is: je voegt 500g geleisuiker toe per liter sap, maar op die 250 ml stak  het hier nu niet… We voegen immers nog pectine toe om voor een goede stolling te zorgen én kweeperen bevatten van nature al behoorlijk wat pectine.) Laat 5 minuten stevig doorkoken. En… ja hoor, blijven roeren! Doe je dat niet, dan krijg je veel meer schuim en onzuiverheden en heb je nadien meer werk dan nodig. Bijkomend nadeel is dat je gelei kan overkoken als je niet roert. De horror!
  14. Voeg de pectine toe en laat 1 minuut verder mee koken. (En roeren! We zijn er bijna!)
  15. Neem de kookpot van het vuur. Als er zich wat schuim heeft gevormd, verwijder dit dan zorgvuldig met een schuimspaan.
  16. Op 2 liter gelei neem ik ongeveer 300 ml jenever. Verdeel de jenever over de gesteriliseerde geleipotten* en vul ze vervolgens met de gelei.
  17. Schroef de deksels erop en zet ze ondersteboven.

Door de toevoeging van de jenever na het inkoken wordt de gelei natuurlijk weer een tikkeltje vloeibaarder. Daarom laat ik Vadertje Tijd zijn werk doen en bewaar ik de potten gelei (zodra ze helemaal zijn afgekoeld) minstens 1 maand — maar doorgaans dus eerder 2 (zie boven) — in de koelkast. Zo komen de smaken volledig tot hun recht. Dit proces komt ook de stolling verder ten goede. Strikt noodzakelijk is dit voor alle duidelijkheid niet. De gelei is perfect meteen eetbaar, al zou ik in dat geval meer jenever toevoegen. Proeven is de boodschap!

Smakelijk!

 

*Voor wie het zich afvraagt: in het verleden heb ik de jenever ook al tijdens het inkoken toegevoegd, maar dan verlies je — aldus mijn smaakpapillen — te veel smaak.

Amateurkok/-bakker, manlief, aspirant-schrijver, lector Engels, community manager, recyclunstenaar, hobbyist-pianist en überdromer. Niet altijd in die volgorde weliswaar.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: